1 Inleiding
In de 19de eeuw werden in Europa een aantal belangrijke kunstenaarsnovellen geschreven en gepubliceerd. Deze novellen reflecteren niet alleen de maatschappelijke rangen en het publieke beeld van kunstenaars, maar ook de eigen visie van de auteurs op het leven als kunstenaar. Door verstrekkende gebeurtenissen zoals de industrialisering of de Franse revolutie veranderde de structuur van de maatschappijen in Europa: oude verbindingen werden verbroken, nieuwe geschept en daarmee veranderden ook de rangen en het publieke beeld van kunstenaars. De novellen illustreren niet alleen de veranderingen in de samenleving, maar vooral wat deze voor artistieke concepten, haar leven en schepping betekende. Maar hoe zagen de beelden en zelfbeelden van kunstenaars er eigenlijk uit, hoe worden ze gethematiseerd en in hoeverre waren er verschillen tussen de culturele kringen? Zijn er overeenkomsten te vinden of waren de visies helemaal verschillend?
Gemeten aan de omvang en aantal van Europese landen en novellen van dit tijdperk blijkt dit onderzoek bijna onmogelijk. Om deze vragen alsnog te kunnen beantwoorden en een klein inzicht te geven, zal dit onderzoek beperkt worden tot Nederland en Duitsland (of het Duitstalige gebied) in de jaren tussen 1849 en 1867. Omdat het begrip ‘kunstenaar’ heel breed is, heb ik telkens van beide taalkringen een novelle over een musicus en een over een schilder gekozen. Daardoor kan er onmiddellijk vergeleken worden, en valt er dus gelijk te zien of er ook verschillen of overeenkomsten in dezelfde taal zijn terug te vinden. De onderwerpen van dit onderzoek zijn A.L.G. Bosboom-Touissants Een arme die rijk maakt (verschenen in 1858) en Theodor Storms Eine Malerarbeit (1867), en eveneens J.A. Alberdingk Thijms De organist van den Dom (1849) en Eduard Mörike’s Mozart auf der Reise nach Prag (1856).
Inhoudsopgave
1 Inleiding
2 Christine Antons verschillende kunstenaarfiguren
2.1 Die Figur des romantischen Künstlers
2.2 Die Figur des naturalistische Künstlers
2.3 Die Figur des Bürger-Künstlers
3 Analyse van de kunstenaarsnovellen
3.1 Eduard Mörike’s Mozart auf der Reise nach Prag
3.2 Alberdingk Thijms De organist van den Dom
3.3 Theodor Storms Eine Malerarbeit
3.4 A.L.G. Bosboom-Touissants Eeen arme die rijk maakt
4 Vergelijking en samenvatting
5 Bibliografie
Doelstelling en thematische focus
Deze studie onderzoekt het beeld van de kunstenaar in geselecteerde Duitse en Nederlandse novellen uit de 19e eeuw. Het hoofddoel is om de overeenkomsten en verschillen in de representatie van kunstenaarsfiguren te analyseren, waarbij de invloed van maatschappelijke veranderingen op het zelfbeeld van de kunstenaar en de kunstopvatting centraal staat.
- Vergelijking van Duitse en Nederlandse kunstenaarsnovellen tussen 1849 en 1867.
- Toepassing van de typologie van Christine Anton (romantische, naturalistische en burgerkunstenaar).
- Analyse van de relatie tussen artistieke inspiratie, religie en maatschappelijke integratie.
- Onderzoek naar de verhouding tussen idealisering en realisme in de 19e-eeuwse literatuur.
Uittreksel uit het boek
3.2 Alberdingk Thijms De organist van den Dom
Net zoals bij Mörike treden ook bij Thijm de motieven van harmonie en het (ideaal)beeld van een genie op de voorgrond. Maar dit gebeurd op een compleet andere manier en met een andere achtergrond. Terwijl aan Mörike’s kunstenaar eerder een burgerkunstenaar kan worden toegeschreven die in harmonie met zijn omgeving leeft en hieruit zijn inspiratie trekt, gaat het Thijm vooral om een harmonie “von Glauben und Kunst, Himmel und Erde, Seele und Materie”. Het is een geïdealiseerd beeld van de harmonische kunst uit de middeleeuwen dat verwijst naar de “Einheit der mittelalterlichen Kultur”, een versmelting van kunst en leven, en volgens Leuker op grond van een idealisering romantisch kan worden genoemd.
Maar niet alleen het harmoniemotief verschilt, ook de manier waarop een kunstenaar werkt verschilt. In Thijms kunstopvatting trekt de kunstenaar zijn inspiratie uit God en uit een harmonie met God. Dit wordt duidelijk uit wat hij schrijft: “De Schoonheid der kunst [is] eene hoogere bezieling uit God – eene verstoffelijking van iets ideaals, waarvan God, in zijne eeuwige Schoonheid, de typus is”. Ook dit romantische aspect van idealisering, van artistieke autonomie van de maatschappij, staat tegenover het realisme.
Samenvatting van de hoofdstukken
1 Inleiding: Dit hoofdstuk introduceert de thematiek van de 19e-eeuwse kunstenaarsnovellen en de maatschappelijke context van de industrialisering en de veranderende positie van de kunstenaar.
2 Christine Antons verschillende kunstenaarfiguren: Hier worden de theoretische concepten van de romantische kunstenaar, de naturalistische kunstenaar en de burgerkunstenaar volgens Christine Anton gedefinieerd.
3 Analyse van de kunstenaarsnovellen: In dit hoofdgedeelte worden de vier geselecteerde werken van Mörike, Thijm, Storm en Bosboom-Touissant geanalyseerd op basis van de gepresenteerde kunstenaarsconcepten.
4 Vergelijking en samenvatting: De bevindingen worden gesynthetiseerd waarbij de verschillen tussen de Duitse en Nederlandse tradities en de gemeenschappelijke zoektocht naar harmonie worden toegelicht.
5 Bibliografie: Een overzicht van de gebruikte literatuur en internetbronnen.
Sleutelwoorden
19e-eeuwse literatuur, kunstenaarsnovellen, burgerkunstenaar, romantiek, realisme, naturalisme, maatschappelijke integratie, kunsttheorie, geniebegrip, harmonie, religie, Duitse literatuur, Nederlandse literatuur, vergelijkende literatuurwetenschap, kunstenaarsbeeld.
Veelgestelde vragen
Waarover gaat dit wetenschappelijk werk?
Het werk onderzoekt hoe het beeld van de kunstenaar wordt gerepresenteerd in 19e-eeuwse novellen uit Nederland en Duitsland, en hoe deze beelden reageren op maatschappelijke veranderingen.
Wat zijn de centrale thema's?
Centraal staan de relatie tussen de kunstenaar en de maatschappij, de bron van artistieke inspiratie, de rol van religie en het streven naar een harmonie tussen kunst en werkelijkheid.
Wat is de primaire onderzoeksvraag?
De auteur onderzoekt in hoeverre er overeenkomsten en verschillen zijn in de visies op kunst en kunstenaars tussen Nederlandse en Duitse auteurs in de genoemde periode.
Welke methodiek wordt gebruikt?
De studie maakt gebruik van een literair-analytische methode waarbij de typologie van Christine Anton als theoretisch kader dient om de kunstenaarsfiguren in de novellen te classificeren en te vergelijken.
Wat wordt in het hoofdgedeelte behandeld?
Het hoofdgedeelte bevat gedetailleerde analyses van vier specifieke novellen: 'Mozart auf der Reise nach Prag', 'De organist van den Dom', 'Eine Malerarbeit' en 'Een arme die rijk maakt'.
Welke sleutelwoorden karakteriseren de studie?
Naast 'kunstenaarsbeeld' en 'burgerkunstenaar' zijn 'harmonie', 'idealisering' en 'maatschappelijke integratie' kernbegrippen voor deze analyse.
Hoe verschilt de rol van religie in de besproken werken?
De Nederlandse novellen leggen vaak een sterke nadruk op de verhouding tussen de kunstenaar en God als bron van inspiratie, terwijl religie in de Duitse novellen minder expliciet een rol speelt bij het creatieve proces.
Wat is de betekenis van het 'harmoniemotief' in deze novellen?
Het harmoniemotief dient in de meeste onderzochte novellen als een essentieel element voor de 'ware kunstenaar', die niet langer als een geïsoleerd individu, maar als een geïntegreerd lid van de samenleving wordt gezien.
Waarom is de 'kuierstok' in de novelle over Mozart van belang?
De kuierstok in 'Mozart auf der Reise nach Prag' fungeert als een symbool voor de poging van de kunstenaar om te voldoen aan burgerlijke normen, en het verlies ervan illustreert de spanning tussen zijn genie en het burgerlijke bestaan.
- Citar trabajo
- Thetje Sausel (Autor), 2008, Het beeld van de kunstenaar in Duitse en Nederlandse novellen van de 19de eeuw - Een vergelijking, Múnich, GRIN Verlag, https://www.grin.com/document/91771